Noordereiland, Rotorua

Rotorua: een bezoekje aan Hell’s Gate

Ik ben inmiddels al lang en breed weer terug in Nederland, maar heb nog genoeg foto’s achter de hand om nog wat artikelen over Nieuw-Zeeland op deze blog te knallen. Dus vandaag ga ik weer verder met waar ik gebleven was in de reis met Rick: Rotorua, ook wel omschreven als het Las Vegas van Nieuw-Zeeland. Rotorua wordt dan ook wel toepasselijk Rotovegas genoemd. Of ik het helemaal eens ben met die vergelijking weet ik niet, maar het is inderdaad wel een erg populaire plek, vooral in de zomer.

Wat Rotorua anders maakt dan veel andere plekken in Nieuw-Zeeland, is dat dit gebied veel geothermische activiteit herbergt (ofwel, je moet het niet erg vinden om omringd te worden door rotte ei-geur). Wij dachten dat het wel meeviel in het begin, totdat we terug in Auckland erachter kwamen dat we die gore rotte ei-geur niet meer uit onze kleding kregen. Trek dus kleding aan waar je niet zo gehecht aan bent, of accepteer dat je je kleding minstens zeven keer wassen eer ze weer enigszins normaal ruiken.

Anyway, Rick en ik waren in full-on-tourist-mode, dus we boekten een tripje naar Hell’s Gate (een tripje naar de poorten van de hel, klinkt aanlokkelijk, toch?) 

We werden opgehaald bij ons hostel door een goed gemutste chauffeur van het park die van alles over de regio vertelde, en ons voor de entree van het park afzette. 

Hell’s Gate heeft zijn Engelse naam te danken aan George Bernard Shaw, een Ierse toneelschrijver die het gebied bezocht in 1934. Hij was overtuigd atheïst, totdat hij dus voor de kokende modderpoelen in dit gebied stond. Hij zou uitgeroepen hebben: “dit zouden de poorten van de hel kunnen zijn!”. Toen de lokale Māori dat hoorden besloten ze dat Hell’s Gate de Engelse naam voor het gebied zou worden. 

Ik zelf zou deze plek niet met de hel vergelijken (dan denk ik toch heel cliché aan een onderwereld met heel veel lava, vuur en Satan), maar ik kan me goed voorstellen dat mensen, met name vroeger, deze plek aanzagen voor de hel. Er hebben zich dan ook wel lugubere dingen afgespeeld hier.

Hell’s Gate is dan wel de Engelse naam, de officiële naam van het park en het gebied luid: Tikitere. Meer dan 650 jaar geleden leefde een Māori-prinses genaamd Hurutini in deze regio. Ze was getrouwd met een Māori-chef die haar zodanig mishandelde dat ze haar uitweg vond door in een kokend hete modder poel te springen. Toen de moeder van Hurutini haar vond schreeuwde ze het uit van angst: “Aue teri nei tiki”. Deze kreet is later ingekort tot Tikitere. En dat is dus de officiële naam van het park en de regio. 

Meer recent, of nou ja recent, zijn er ook twee toeristen geweest die hun laatste momenten in het park leefde. Zo viel er een toerist in een poel terwijl hij een selfie probeerde te maken. Omdat deze man tenger was, loste hij dus zo op (al zag zijn familie dit dan wel weer gebeuren, ewww!) Dat inspireerde een andere toerist om hier een einde aan zijn leven te maken (want, zo dacht hij: het gaat snel, en is daardoor waarschijnlijk pijnloos). Echter was deze man vrij gezet en duurde het dus even voordat hij, nou ja, uit zijn lijden verlost was (woeps!). Sindsdien zijn er gelukkig geen akelige dingen meer gebeurd hier.

Los van deze lugubere gebeurtenissen is het park zeker een aanrader om te bezoeken. Vooral als je geïnteresseerd bent in geothermische gebieden (maar houdt er dus wel rekening mee dat je daarna een uur in de wind stinkt). Wij hadden gekozen voor een rondleiding met een gids, en deze vertelde dus van alles over het gebied, het verschil tussen de modderpoelen, de geschiedenis enzovoorts.

Van die rondleiding weet ik niet meer zoveel te vertellen omdat ik zo’n persoon ben die alleen rare, grappige of lugubere weetjes onthoud van rondleidingen, maar beschik je over meer hersencellen dan ik, dan ga je het hier ongetwijfeld naar je zin hebben. 

Iets wat ik dan wel weer onthouden heb (ja, weer zo’n apart weetje dus), is dat hetgeen wat je hieronder ziet, vroeger door Māori gebruikt als vallen voor vogels. De Māori in dit gebied waren soms dagenlang van huis en hadden dus niet de tijd om elke dag deze vallen te checken. De vogels die erin vlogen kwamen vast te zitten en werden soms dus pas na een paar dagen gevonden. Maar niet getreurd, want tot zover een val diervriendelijk kan zijn, zaten deze vallen vol met water en het lievelingseten van vogels. Tsja, als je dan toch aan je einde moet komen, dan maar in weelde.

Toen de tour weer verder ging kwamen we ook langs deze ‘fluwelen bomen’. De stammen waren bijna volledig bedekt door geel ‘fluweel’. Hoe hoger je met je hand op de stam reikte, hoe zachter het werd (op ooghoogte, waar de meeste mensen dus met hun hand bij konden was het ‘fluweel’ volledig glad gestreken). De bomen hebben deze fluwelen stam te danken aan het gebied waarin ze staan. De rijke grond, de temperaturen en de gassen hebben allemaal invloed op hoe de natuur hier zich ontwikkelt en eruit ziet. Vandaar dus de unieke look bij deze bomen die je verder nergens anders in Nieuw-Zeeland tegenkomt.

Bij de tour die wij hadden geboekt zat ook een bezoekje aan de modder- en thermische baden inbegrepen. Toen de rondleiding afgelopen was kleedden we ons om naar badkleding en stapten we in het modderbad. We zagen dat de andere toeristen zich van top tot teen insmeerden met modder, dus als een stel schapen volgden wij ook natuurlijk. Nadat we klaar waren in het modderbad stapten -we na een korte douche- het thermische bad in. Dat beviel toch een stuk beter (een modderbad klinkt aantrekkelijker dan het daadwerkelijk is). 

Uiteindelijk werd ons vriendelijk doch dringend verzocht de baden te verlaten (ze sloten die dag eerder omdat het personeel een Kerstborrel voor die avond had gepland). We werden weer in het busje gedrukt en enigszins loom kwamen we weer aan in het hostel.

Terwijl we een beetje napraten in de kamer dachten we, waarom ruiken we die rotte geur hier nog steeds in de kamer? Toen kwamen we erachter dat die modder waarmee we ons rijkelijk hadden ingesmeerd (ja, ook ons gezicht) tot diep in onze poriën was binnen gedrongen. Dit hadden we achteraf natuurlijk ook zelf kunnen bedenken, maar blijkbaar maakten we allebei niet optimaal gebruik van onze hersencellen die dag. Kortom: leuk uitje, maar drie dagen later stonken we nog, haha!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *