Onderweg

Reizen naar Nieuw-Zeeland easy-peasy?

Niet als je het deze dramaqueen vraagt. Onze reis naar Nieuw-Zeeland begon officieel op maandag 28 januari. Onofficieel op zaterdag 26 januari, want Rick had me getrakteerd op een citytrip naar de stad van de liefde: Parijs.

Dus zo geschiedde, Rick zijn vader bracht ons naar Schiphol, Wilke kwam ook nog even langs om afscheid te nemen (en de pussies die we zijn hebben we samen een paar ieniemienie traantjes gelaten. Jammer dat Joris er niet was), kwamen we achter de douane Emma nog even tegen (leukste KLM stewardess ever natuurlijk!) Terwijl Rick en ik nog een hamburger naar binnen werkten.

Eenmaal in het vliegtuig naar Parijs gebeurde al wat ik had vermoed: De stress en zorgen gleden van me af. There was no going back baby! De vlucht naar Parijs was verder niet zo boeiend. Toen het lichtje om de riemen los te maken net 3 seconden uit was ging deze alweer aan omdat de landing alweer inzette.

We verbleven in het Citizen M, een fijn hotel dichtbij het vliegveld, dat voorzien was van allerlei technische snufjes (douchen in discolicht wil ik bij deze ook in ons huis).

Denk je aan de stad van de liefde, dan denk je natuurlijk al gauw aan romantisch paraderen en elkaar aflebberen langs de Seine. Dat aflebberen was geen probleem, dat paraderen wel. Regen, regen en nog eens regen. Wat je dan doet? In een veel te duur restaurant warme chocolademelk drinken en gesprekken afluisteren van de andere gasten. Eenmaal opgeklaard waagden we ons toch weer naar buiten.

Net zoals andere stellen hebben Rick en ik altijd een traditie als we ergens zijn. We moeten altijd ergens cheesecake eten. Na wat gegoogle kwamen we uit bij Berko, een leuk en hip tentje in een schattig arrondissement in Parijs. Mocht je me volgen op Instagram, dan heb je de cheesecake vast al gezien. Maar zo niet, aanschouw hieronder de lekkerste cheesecake op aarde:

Rick en ik gingen beiden voor de Oreo-variant en hal-le-lu-ja! Deze cheesecake was zo goddelijk lekker! Als je het aan ons vraagt de beste cheesecake die we ooit hebben gegeten. Vol van smaak, goeie structuur, het gevoel dat je bij elke hap 1 kilo aankomt, absoluut goedgekeurd.

Eenmaal bijgekomen van de cheesecake (ik moest meerdere eetpauzes nemen, zo vullend was die) doken we weer Parijs in. Om precies te zijn: we brachten een bezoek aan Musee d’Orsay. Zondag 27 januari was de laatste dag van een tentoonstelling over Renoir, dus die wilde ik zeker zien, aangezien Renoir een van mijn favoriete kunstenaars is. De tentoonstelling viel een beetje tegen (drie kamers vullen met foto’s en schilderijen maakt nog geen tentoonstelling) maar verder hadden we een leuke tijd in het museum.

Mocht je een grote liefde hebben voor het impressionisme-tijdperk, dan kun je in dit museum je hart ophalen. Verder zeiden we natuurlijk ook nog even hallo tegen onze homeboy Vincent.

Na het museum brachten we ook nog even een bezoek aan een van de tofste boekenwinkels van Parijs: Shakespeare & company. Helaas mochten we hier geen foto’s maken, maar neem van mij aan: deze boekenwinkel moet je eens gezien hebben, ook als je geen boekenwurm bent.

Verder die avond niet meer zoveel bijzonders gedaan, want de volgende dag zou natuurlijk ook onze lange reis naar Nieuw-Zeeland beginnen.

Deel I: Een schreeuwende Française en slapen terwijl je darmen worden afgekneld

We begonnen de dag vrij rustig, althans voor mijn begrippen dan. Natuurlijk had ik geen zin meer om de avond van tevoren mijn backpack weer goed in te pakken waardoor ik dit dus in de ochtend moest doen (will I ever learn?) Als slakken liepen we naar de terminal toe. Dat kwam door mij, zo’n backpack is zwaarder dan je denkt. Als sardientjes persten we ons in de tram om naar de juiste terminal te gaan.

Eenmaal daar begon het echt. De backpack werd ingecheckt (19,1 kilo?? Is onze weegschaal thuis kapot??) en we liepen door naar de douane. Nu vind ik dit altijd een lastig stuk, want wat moet er nou wel uit? En moeten mijn schoenen nu wel of niet aanblijven? Rick liep zonder problemen door en haalde met een sierlijke beweging al zijn elektronica uit zijn handbagage. Ik daarentegen had natuurlijk in mijn nieuwe en o zo handige rugtas in elk vakje iets van apparatuur gestopt. Het resultaat? Drie bakken vol met spullen, zuchtende mensen achter me (sorry nog!) en een schreeuwende Française die haar positie als douanier te enthousiast vervulde. Ze begon steeds harder te schreeuwen waardoor mijn hersens stopten met werken. Schreeuwende douaniers trekt mijn brein niet. Lang verhaal kort: uiteindelijk kwam ik de douane door -zij het met een enigszins gekrenkt ego- en was het wachten op het vliegtuig naar San Francisco.

Normaliter als je naar Nieuw-Zeeland vliegt ga je via Singapore of Dubai, maar Rick had met zijn goedkope-vliegtickets-zoek-skills deze tickets weten te vinden, dus waarom niet? Vliegen naar Nieuw-Zeeland kost je toch 300 jaar.

De vliegreis naar San Francisco was verder wel oké. Mijn darmen werden weliswaar om het uur afgekneld, als ik mijn hoofd op Rick zijn schoot legde om maar enigszins comfortabel te kunnen slapen, en een stewardess met een vogelnest op haar hoofd is maar vijf keer met haar trolley tegen mijn arm aan gebotst. Het kon beter, het kon slechter. Maar goed, eigen schuld als je pauper tickets fixt.

Uiteindelijk vielen we na zo’n 10 uur vliegen uit het vliegtuig. Stinkend, moe, maar wel blij dat het eerste deel van de reis erop zat. Door customs komen duurde natuurlijk weer een eeuw, maar eenmaal erdoor was het tijd om San Francisco in te duiken.

Deel II: Struinen door San Francisco en een turbulente vlucht

We’re in San Francisco baby! We hadden een overstap van 11 uur, dus genoeg tijd om San Francisco te verkennen. We vlogen natuurlijk terug in de tijd, dus er lag nog een hele dag voor ons. Of het lag aan de stad zelf, of omdat het maandagmiddag was weten we niet, maar wat een relaxte sfeer hangt daar. Het weer was fantastisch (hallo 18 graden zonder wind!) en iedereen bewoog zich zonder haast door de stad.

We besloten de pier af te lopen naar Fisherman’s Wharf. Natuurlijk zou ik mezelf niet zijn als ik niet minstens een hangry moment had:

M: Hoe lang is het nog lopen?
R: Nog maar 10 minuten
*5 minuten later*
M: Hoe lang is het nog lopen?
R: We zijn er bijna
*5 minuten later*
M: Hoe lang is het nu nog lopen?
R: We zijn er echt bijna, beloofd!
* Nog een paar minuten later*
M: Wanneer is bijna? Ik heb honger!
R: Ik weet het eigenlijk niet, in mijn herinnering was het niet zo ver.
M: *Zucht*
R: Oké, ik Google wel even een leuk restaurantje. *Googlet* Gevonden! 2 minuten lopen maar.
M: *Zucht, steun, kreun*

Bij het restaurant aan gekomen:
M: Zit het nou dicht?
R: Nee, kan toch niet? Op internet stond dat ze open waren. *kijkt rond* O ja, toch dicht.
M: Ik wil NU eten! Ik heb het warm. M’n rugtas is zwaar. Ik heb zwarte vlekken voor m’n ogen! Kijk daar aan de overkant van de straat. Daar zit een diner, daar gaan we NU heen!

We namen dus plaats bij Fog City. Nadat ik eten in mijn smoel had gedrukt werd ik uiteraard weer mijn aardige zelf en vervolgden we het struinen langs de pier. Ging hier toch fijner dan in Parijs.

Bij Fisherman’s Wharf aan gekomen keek ik mijn ogen uit. Het was een soort toeristisch mini-dorpje met allemaal schattige winkeltjes. Super toeristisch natuurlijk, maar who cares? Terwijl we een rondje liepen zagen we nog van een afstand Alcatraz en de Golden Gate Bridge liggen en aanschouwden we een zeehondenfittie.

Op een gegeven moment hadden we het wel weer gezien en pakten we zo’n leuke tram terug naar de halte waar we vandaan waren gekomen. In een koffietentje haalden we even onze internetfix en toen was het alweer tijd om terug te gaan naar het vliegveld.

Op het vliegveld kregen we het moeilijk. In Nederland was het ondertussen alweer de volgende ochtend, dus eigenlijk hadden we de nacht gewoon doorgehaald. Dat laatste wordt toch steeds moeilijker als je ouder wordt. We dachten ook, aangezien we zo moe waren, vast wel goed konden gaan slapen in het vliegtuig. Nou nee dus.

De vlucht van San Francisco naar Auckland duurde zo’n 12 uur. Nu is dat al niet zo’n feestje, maar van de 12 uur 10 uur lang turbulentie is de hel. Ik heb ook advies voor jullie: ga niet plassen tijdens turbulentie. Gewoon niet doen.

Rick en ik vielen dus kneitergaar uit dit vliegtuig, maar we kwamen zonder problemen door de douane. Al die verhalen die ik had gehoord en gelezen over hoe moeilijk het is om Nieuw-Zeeland binnen te komen sloegen dus compleet nergens op.

Deel III: We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal!

Terwijl ik ondertussen was veranderd in een labiel wrak bleef Rick de rust zelve. Het verschil tussen ons -onervaren backpacker versus ervaren backpacker- werd nu echt duidelijk. Gelukkig duurde de vliegreis van Auckland naar Wellington niet zo lang. Een uurtje later waren we in Wellington en regelde Rick een Uber voor ons naar het hostel-hotel. We checkten in en gingen gelijk knock-out in onze kamer.

Was het vreselijk om naar Nieuw-Zeeland te vliegen? Ja. Was het het allemaal waard? Ja. Want in de paar dagen dat we hier zijn heeft Nieuw-Zeeland mijn hart gestolen.

12 reacties

  1. Heerlijk verslag maritte echt genieten (een beetje gemeen sorry)!

    Gelukkig voelt Nieuw-Zeeland meteen goed! 🙂 Maar wel jammer dat ik nu nog steeds niet weet wat een zeehonden fittie is!

  2. Hè Maritte, je kunt zo de reispagina’s vullen van de Volkskrant.
    Verder, ik ben oud(er). Jullie zijn nig piepjong, dus niet zeuren. 🤓🙋🏻‍♂️

  3. Geweldig Maritte, je schrijf- en vertelstijl verschillen niet van elkaar 😉 En idd houd eens op met dat ‘oude’ gedoe, tuttebel! Geniet van nog een week met Rick samen in NZ!! Xx

  4. Hahaha! Heb het gelezen met smile van oor tot oor, heerlijk geschreven!
    Geniet er van samen!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *